Column: De kracht
van kinderen.
Brigitte en Paul melden zich bij mij. Na vijftien jaar
samenwonen is de koek op. Brigitte wil weg.
Voor Paul kwam dit als een donderslag bij een heldere hemel.
Hij had dit niet zien aankomen. Brigitte en hij waren zielsverwanten, zo zei
hij. En die liet hem nu in de steek. Nu,
op dit moment, dat hij pas volledig arbeidsongeschikt was verklaard.
Paul en Brigitte zaten elk op een andere plek in de
rouwcurve. Daarnaast kampte Paul niet alleen met de rouw van de
relatiebeëindiging, maar ook met het verlies van zijn gezondheid. Dat leidde
bij hem tot agressief gedrag en hij liep meer dan eens weg van de
mediationtafel. Ik riep hem telkens terug en hij kwam ook terug. Ik tekende de
rouwcurve en legde deze uit. Er was ruimte voor verdriet, maar toch werd de
onderlinge communicatie in eerste instantie niet beter.
Brigitte en Paul woonden nog samen in hun koopwoning, die
intussen wel verkocht was maar nog niet was opgeleverd. Brigitte wilde graag
weg, maar had geen andere woonruimte. Intussen meldde zij mij wel dat Paul haar
thuis diverse keren agressief bejegend had, haar sloeg en dat de politie daarom
thuis was geweest. Zij wilde niet meer
samen met hem aan de mediationtafel zitten.
Paul en Brigitte hebben samen een tweeling van veertien
jaar. Ik mocht met de meiden in gesprek. Ik luisterde ook naar hen, hoorden hun
wensen en zag hun verdriet. Ik zag twee volwassen meiden, te volwassen voor hun
leeftijd. Ze beschermden hun ouders,
maar durfden hun verdriet niet te bespreken met ouders. Samen met de kinderen en de ouders, heb ik daaraan gewerkt.
Ondertussen ging ik al pendelend heen en weer tussen Paul en
Brigitte. Op die manier ontstond er een ouderschapsplan met
alimentatieberekening. Ik hield hen voor dat hun relatie ook goede dingen heeft
“opgeleverd”, namelijk een schitterende tweeling. Deze mooie herinneringen
mogen gekoesterd blijven. Toen het ouderschapsplan door mij geschreven was,
gaven Paul en Brigitte beiden aan dat
dit document in één gezamenlijk gesprek ondertekend kon worden.
Ik zag ze samen de trap op komen, Brigitte en Paul. Samen
keuvelend. Een ongedwongen, plezierig samen zijn. Er was iets veranderd. Wat
dan, vroeg ik. “De kinderen hebben ons verteld hoeveel last zij hebben van onze
ruzies”, zei Brigitte. “Dat mag niet”,
zei Paul. Dat was voor hen reden geweest om bij elkaar te gaan zitten en een goed
gesprek te hebben.
Kinderen krijgen zoiets voor elkaar. Niet altijd, maar dit
keer wel.
miriam@cervixmediation.nl
Geen opmerkingen:
Een reactie posten